Ontwormen / mestonderzoek in het najaar

6 november 2015

Zoals bekend is mestonderzoek het belangrijkste in het voorjaar en in de zomer, omdat de wormen dan actief zijn. In het najaar en in de winter kan mestonderzoek een vals negatieve uitslag geven vanwege de volgende redenen:

  • In de winter houden de larven van  één van de meestvoorkomende wormen (de rode bloedworm) zich ingekapseld in het darmslijmvlies, ze zijn als het ware in ‘winterslaap’. Er zijn op dat moment dus weinig volwassen wormen in de darm zelf en er zullen dus ook weinig wormeitjes met de mest mee uitgescheiden worden. Bij mestonderzoek worden daardoor vaak weinig of geen eitjes aangetoond, terwijl het paard wel last kan hebben van de ingekapselde larven. Met name het massaal vrijkomen van deze larven uit de darmwand (in het voorjaar) kan problemen veroorzaken.

  • Een andere veelvoorkomende wormbesmetting in deze tijd van het jaar is de lintworm. Voor lintwormeitjes geldt dat deze ook met mestonderzoek niet altijd aan te tonen zijn, terwijl het paard wel besmet is.

  • De laatste rede om in het najaar altijd te ontwormen is de mogelijke besmetting met de horzellarve. De eitjes hiervan zie je vaak met velen tegelijk op de beharing (m.n. benen, hals). In het eitje ontwikkelt zich een larve. De larven veroorzaken jeuk, waardoor het paard zich gaat likken. Nadat de larven een tijdje in het mondslijmvlies geleefd hebben , komen ze aan in de maag. Daar hechten ze zich in de maagwand vast om na maanden (meestal aan het begin van het warme seizoen) weer los te laten en met de mest naar buiten te komen. Daar ontwikkelen de larven zich tot volwassen horzels. Dus ook deze kunnen we in het mestonderzoek veelal niet aantonen.

Vanwege deze redenen adviseren we in het najaar een eenmalige ontworming met een combinatiewormkuur (ivermectine/moxidectine + praziquantel = Equimax of Equest Pramox).